Algemeen Rasinfo Boxergroep Pups Foto's
Superboxer.org
Samenwerkende kennels
Infopuppycursus Puppybrochure Pups & verwachte pups
Kringroep Tilburg
Aanvraag
Pup informatie

 

Algemene info pup

Pups hun gedrag en opvoeding
Welkom en gefeliciteerd met het vinden van onze hond- en mensvriendelijke hondenschool: Kynocenter Tilburg . Onze hondenschool is een instelling waar honden en hun geleider diverse cursussen kunnen volgen. Of de honden wel of geen stamboom bezitten is geen enkel bezwaar.
De grootste categorie cursisten volgt de cursus om de hond zo op te voeden, dat hij geen storend element (of plaag) wordt voor zijn omgeving. Kortom, de hond die zich sociaal leert te gedragen, want een hond heeft van nature een ander sociaal patroon. Een patroon, dat niet voldoet aan de zware eisen
die wij, vandaag de dag, aan de hond en zijn omgeving stellen. Een simpel voorbeeld: een hond die niet opgevoed is zal niet weten dar het niet gewaardeerd wordt zijn hoop op de stoep te deponeren, hij bakent in zijn ogen slechts zijn terrein, c.q. territorium af. Met simpele training kunt u de hond leren zijn behoeften te doen waar u dat wilt. Sociaal gezien het prettigste voor uw omgeving. Gehoorzaamheidstraining is noodzaak, zeker in een tijd als deze is het bewezen dat het hondenras niet gediend is met alle negatieve benaderingen over bepaalde eigenschappen bij bepaalde hondenrassen, daarbij opgemerkt dat deze “probleemhonden” vaak bij bepaalde “types” zitten die het plezier verpersten voor de serieuze hondenliefhebbers.

Lief zijn voor zijn omgeving, ongevaarlijk, oplettend, leergierig, moedig, gehoorzaam............. etc, dit zijn de gewenste eigenschappen, die we zo graag bij onze hond willen zien en die elk hondenras alleen maar doen winnen aan populariteit. Deze gewenste eigenschappen kunnen bij de hond geleerd, of verstrekt worden door onze gehoorzaamheidstraining.

Onze training is geschikt voor honden vanaf 12 weken, uiteraard bent u natuurlijk van harte welkom als u er een gaat aanschaffen of al een jongere hond hebt.
Hier volgt een beknopte hoeveelheid theorie in een begrijpende vorm, die van elementair belang is. U leert uw hond alleen kennen, als u zijn natuurlijk gedrag in theorie kent; wij kunnen ons namelijk wel in zijn gedachtegang verplaatsen, maar hij niet in de onze.

Toen onze mop een mopje was......(Petra Hartman)
Nee, beste curcisten, wij zullen u geen oude kinderversjes leren op deze cursus. Wat wij wel in de komende weken hopen te bereiken is, dat als straks uw kleine mopje een grote mop geworden is, hij niet alle dagen gromt en bijt, maar een plezierige huisgenoot is geworden, die weet wat hij wel en wat niet mag.

Om uw hond op te voeden tot een prettige kameraad is het nodig dat u zelf een klein beetje hond wordt! Dit wil niet zeggen dar u nu onmiddellijk op handen en voeten moet gaan lopen, maar dat wij u gaan leren over de aangeboren gedragpatronen/instincten van de hond.

De hond moet namelijk volgnes deze instincten handelen, hij kan niet anders. Wij kunnen niet van hem vragen een klein beetje mens te worden. Als u uw hond behandelt, zoals hij verwacht behandeld te worden, dan zult u merken dat opvoeden helemaal niet zo moeilijk is.

Het instinct van onze hond lijkt nog heel veel op dat van zijn wilde voorouders. Deze voorouders leefden (net zoals nu onder andere nog de wolf) in groepen, ROEDEL genaamd. Het jachtgebied van zo’n roedel noemt men het territorium. Aan het hoofd van zo’n roedel staat een roedelleider, de LAFA. Deze alfa kan zowel een reu of een teef zijn. Het is in ieder geval de hond met het meeste overwicht op de andere leden van de reodel. De alfa eist ONVOORWAARDELIJKE gehoorzaamheid van zijn roedelleden. Een hond die niet meteen gehoorzaamt, wordt door de alfa stevig in aangepakt en daarbij vaak in de nek gebeten.

Waarom dit strenge dictoriale gedrag? Doordat een hond (de sterkste/slimste) de leiding heeft en bepaald wat er gebeurt, is er eenheid in de groep.

Als de alfa zegt: “verdedig het territorium” dan zullen alle honden onmiddelijk een indringer aanvallen.

Ziet de alfa dat de indringer te sterk is voor de groep, dan zegt hij: “vluchten” en alle roedelleden zetten het op een renne.

Zo ook bepaalt hij wanneer er gejaagd wordt. Alle honden zullen dan onder zijn leiding een prooi besluipen en bespringen met als gevolg een grote kans op een succesvolle jacht.

Kortom, de overlevingskansen van zowel zo’n roedel zijn met een dictoriale leider veel groter dan wanneer iedere hond maar een beetje doet waar hij zin in heeft.

Alle leden van de roedel voelen zich veilig en verzorgd onder zijn leiding.

Nu even terug naar uw pup. Uw kleine pupje denkt en voelt nog steeds als zijn wilde voorouders. Wat gebeurt er nu als u de pup met ongeveer 8 weken bij de moeder vandaan haalt en mee naar uw eigen huis neemt? Uw pupje ziet u als de baas, de alfa. U geeft hem eten, u verzorgt hem, hij voelt zich veilig bij u. Bent u met meerdere thuis dan zal de pup een van u als de hoogste baas gaan zien(de alfa dus) een tweede persoon de een na hoogste (de beta) enzovoorts, met uiteindelijk als allerlaagste hij zelf. (Een uitzondering hierop zijn baby’s, die de hond als nog lager in rangorder dan hijzlef beschouwt. Bij het ouder worden stijgt het kind vanzelf in rangorde en komt dan boven de hond te staan.)Een hond denkt dus altijd in RANGORDE, hij kent geen begrippen als gelijkheid en democratie.

n.b. Laat nooit een hond alleen met kleine kinderen ……………..

Een peuter kan nog niet begrijpen dat hij zijn vinger niet in de neusgaten van de hond mag stoppen of iets dergelijks. En zelfs de liefste hond zal zich gaan verdedigen als het kind probeert om in zijn ogen te prikken!!
Uw huis zal de pup al gauw als zijn territorium gaan zien en vaak zal hij dit verdedigen tegen indringers. Ook de eventuele tuin wordt vaak tot het territorium berekend.

Hoe wordt u een goede alpha of beta?
Door u net zo te gedragen als die wilde roedelleider. Dat houdt in dat u allereerst heel CONSEQUENT tegenover uw pup moet zijn!! Wat eens mag, mag altijd. Wat niet mag, mag nooit!!
DUS: als uw pupje nu lekker op de bank mag liggen, dan mag hij dat ook als hij straks volop in de rui is en uw schoonmoeder (die een hekel aan hondenharen heeft) op bezoek komt; of als uw pupje nu fijn tegen uw mag opspringen, dan mag hij dat ook als hij later net uit de moddersloot komt; of, als uw pupje terwijl u zit te eten af en toe wat lekkers krijgt, dan mag u niet boos worden als hij naast de tafel komt zitten en het water loopt hem uit de mond. Gaat u nu eens rustig met alle gezinsleden een lijstje maken met wat de pup voortaan (en dus de rest van zijn leven) wel mag en wat niet. Hou hierbij rekening met het feit dat uw pupje niet zo klein blijft, met de vacht die hij straks zal krijgen en met de eigenschappen van zijn ras (een retrieverpup zal vrijwel zeker uitgroeien tot een ernorme liefhebber van moddersloten, terriers/ herdershonden/ bouviers/ etc, zullen vaak waaks worden en veel blaffen, gezelschapshonden zullen snel de neiging hebben schoothonden te worden). Handel voortaan allemaal naar dit lijstje, hoe consequenter u bent, des te sneller zal de hond uw wensen leren.

Voordat we met het opvoeden van de pup beginnen, dienen we ons 3 dingen te realiseren: 
1e  De pup zal nooit een mensje worden;
2e  De baas moet consequent zijn, d.w.z. zwart/wit denken (en doen), grijs bestaat niet!
3e  In de dierenwereld bestaan geen inspraak en inspraakprocesdures. Het is een wereld van rangen en rangorde. De baas moet ten alle tijden de leider (= de alfa) van de hond zijn.

Hulpmiddelen bij het opvoeden van de pup:
1e De stem (hoog om te belonen, laag om te straffen);
2e De handen (om de pup bij de commando’s te aaien, om met de pup te spelen);
3e De halsband en de riem (correctie middel);
4e  Snoepje of beloning (beloning).

Waneer voedt u nu uw pupje op?
Welnu, eigenlijk doorlopend vanaf het moment dat hij bij u in huis komt. De opvoeding bestaat voor een groot deel uit het OBSERVEREN van uw pup. Zodra hij iets doet dat niet mag dabn zegt u met een boze stem “ NEEN!”, zodra hij het verkeerde gedrag achterwege laat, zegt u met een hoge stem “BRAAF!”. Eigenlijk zou i uw pup met deze twee worden kunnen opvoeden!! Waarbij “ BRAAF” uiteraard het belangrijkste is, omdat het positief is en de pup stimuleert.

Waarom moet u meteen, zodra u de pup heeft, met opvoeding beginnen?
Alweer omdat u de alfa bent. In de natuur neemt de alfa vanaf de 4de week de opvoeding van de moederhond over. Als uw pup bij een goede fokker vandaan komt dan heeft desze (tijdelijk) die rol opzich genomen en de pups laten wennen aan veel vreemde mensen, dingen en geluiden. Deze periode, die loopt tot de pubertijd (ca. 6 maanden oud) is de NATUURLIJKE LEERPERIODE van de pup, een periode waarin hij makkelijk en snel nieuwe dingen leert (een kind leert ook makkelijker dan een volwassenen). De pup is nu helemaal op leren ingesteld, een periode als deze komt nooit meer! Alles wat ze leren, leren ze spelenderwijs, ook slechte dingen als u niet consequent bent.

Het belonen/straffen van de hond.
Uw pupje zal, als u hem net in huis hebt, nog niets begrijpen van wat u allemaal tegen hem zegt. Ook begrippen als “BRAAF”, en “NEE” of “FOEI” moet hij nog leren.
Wel zal een pup een woord dat op een hoge toon wordt uitgesproken als plezierig ervaren en een woord met een lage klank als onplezierig. Maak hier gebruik van!!!
De heren onder u moeten vanaf nu hun best gaan doen de pup te belonen met een HOOG “puppie braaaaaf” (de dames don dit van nature) en de dames moeten voortaan bij het straffen van de pu een LAAG “puppie , nee” laten horen (dit hoeven de heren niet meer te leren.) Overdrijft u het rustig! (Oefen onder de douche). Trek u niets aan van uw buren of de mensen op straat. Zij weten niets van het opvoeden van een pup af, u inmiddels wel. Behalve de juiste toonhoogte is het MOMENT van belonen/straffen heel erg belangrijk. Dit moet gebeuren ONMIDDELLIJK nadat de hond iets goed (puppie, braaf) of iets fout (puppie, nee) heeft gedaan.
Vergeet u ook alstublieft niet uw hond weer te belonen als hij het verkeerde gedrag na uw bestraffing achterwege laat (zo-is-’t-ie braaf!).
DUS: uw puppie zit op een stoelpoot te kluiven, u ziet dit en u zegt onmiddelijk: “puppie, nee!” (en geeft hem zijn eigen buffelleren kluifje) puppie zet de kluiverij op zijn eigen kluifje voort!! U zegt “zo-is-’t-ie braaaaaaf”.

Uw pup vergeet nog heel snel, dus denk niet dat u geduldig en consequent bent, zal hij wat hij in deze periode van zijn leven leert, nooit meer vergeten.
Een pup straffen voor iets wat hij 5 minuten geleden gedaan heeft is ZINLOOS. De pup weet niet meer waarvoor hij gestraft wordt, raakt in de war, wordt mogelijk zelfs bang voor u en u bent in ieder geval in zijn ogen een WAARDELOZE alfa.
DUS: U komt thuis, pupje is even alleen thuis gebleven en u ziet dat de pup uw dure bankstel heeft gesloopt, u wordt NIET boos (uitbundig begroeten zal waarschijnlijk iets teveel van u gevraagd zijn), u ruimt de rommel op en gaat vervolgens een ruimte vrij maken waar de pup even alleen kan blijven als u weg bent, zonder al te veel schade aan te kunnen richten.
Straffen d.m.v slaan heeft totaal geen zin (en is op de puppycursus dan ook VERBODEN). Slaan is een menselijke straf die door bijv. Een kind ook als straf wordt ervaren, maar door uw hond niet. Uw hond wordt alleen maar bang voor uw handen. Als u de pup heel zwaar wilt straffen bijv. Als hij tegen u gromt of bijt dan moet u hem op de “wolvenmanier” straffen, d.w.z. u pakt hem bij zijn nekvel en schudt hem even flink door elkaar, terwijl u hem met donderende stem toespreekt (lage stem = straffen). Denkt u erom dat deze straf bij een pup heel hard aankomt en dat u hem alleen in uiterste noodzaak mag gebruiken.

Maak gebruik van de toevallige situatie!
Bijv. De pup staat op na een heerlijk slaapje. Roep nu uw pup, hij was toch al van plan om naar u toe te komen en komt dus zonder aarzelen. U prijst hem regelredcht de hemel in. Uw pup heeft nu geleerd: naam + “kom hier” + naar de baas toelopen = beloning. Door zo’n oefening in de loop van de maanden steeds weer te herhalen, zal de pup uiteindelijk precies weten wat het commando betekent en wat u van hem verlangt. Hoe speelser en fantasierijker u met uw pup omgaat, hoe meer de pup op u zal gaan letten, want u verzint altijd spannende en leuke spelletjes.

Rangorde
Als u en uw gezinsleden consequente opvoeders zijn dan zal de hond de laagste plaats van de rangorder binnen uw gezin innemen. Behalve als er baby’s of peuters in uw gezin zijn, deze staan dan nog lager dan de hond (en zullen daarom door de hond tegen vreemde beschermd worden). Laat echter nooit de hond alleen bij kleine kinderen. Zij kennen de gedragsregels van de hond niet ( niet storen in de slaap, niet storen bij het kluiven/eten, geen oortjes uitplukken, ect.) en kunnen deze regels door hun jonge leeftijd ook niet begrijpen.

Spelen met de pup.
Doe dit vaak, uw pup heeft het nodig. Gebruik een speciaal stukje speelgoed voor dit “speelkwartiertje”, bijvoorbeeld een speciale bal, een oude lap of een sok met een bal erin. Denk u erom dat U ALTIJD ZELF HET SPEL MOET BEEINDIGEN door de pup het speeltje af te nemen en op te bergen. Zou u dit niet doen, dan wint de pup en ondermijnt u uw positie als ALFA. Denk er dus om dat vaak d.m.v. spelletjes de rangorde binnen een roedel wordt vastgelegd.

WAT GEBEURT ER NU ALS U GEEN ALFA BENT VOOR UW HOND
Zodra de hond in de puberteitsfase komt en hij ziet zijn baas niet als alfa, dan zal hij ZICHZELF als alfa van de roedel opstellen. Wat betekent dat nu in de praktijk? Stel, de hond ligt op de bank en u wilt daar gaan zitten. De hond ziet u dus NIET als alfa en u wilt de hond van de bank afjagen. U doet nu iets waar de hond geen zin in heeft. De hond zal u (als ondergeschikte) willen corrigeren en hij gromt tegen u. U negeert deze correctie en begint hem van de bank af te trekken. De hond ziet nu genoodzaakt een sterkere correctie toe te passen; hij bijt in uw arm. Nu is leiden in last en uw hond een vals rot beest, maar u bent een slechte roedelleider!! De hond kon in zijn situatie als roedelleider niet anders optreden ( het instinct tot overleven) en moest instinctief zo handelen! In werkelijkheid heeft uw pup geboft, want u neemt de moeite om een goede alfa te worden.

ONTWIKKELINGSFASEN
Onze hond doorloopt vanaf de geboort tot het volwassen worden een aantal ontwikkelingsfasen, ieder met zijn specifieke eigenschappen.

1ste NEONATALE FASE
* 1ste en 2de week na de geboorte: pup is blind en doof en kan alleen drinken, slapen en piepen.

2de OVERGANGSFASE
* 3de week na de geboorte ogen en oren gaan open, pup gaat lopen en het nest verkennen, pup gaat “mondstoten” bij de moeder, waardoor deze eten opbraakt. In de natuur zullen de pups rond de 18de dag het nest proberen te verlaten. Een andere volwassen hond zal zich nu op de pups “storten” , de pups zullen zich gillend op de rug laten vallen en proberen zo snel mogelijk naar het nest terug gaan. De pups hebben nu geleerd:
- absolute gehoorzaamheid aan alles wat in rang hoger is;
- onderwerping aan een in rang hogere roedelgenoot;
- Het nest is veilig.

Deze laatste punten zijn voor ons, als bazen, erg belangrijk;
- STARF NOOIT een hond die in zijn mand ligt (het nest is immers veilig)
- STUUR NOOIT een hond voor straf naar zijn mand (het nest is immers veilig)
- STRAF NOOIT een hond als deze zich onderworpen heeft aan u (d.w.z. op zijn rug ligt.)

3de INPRENTINGSFASE
*4de t/m de 7de week. De pup is volledig ontwikkeld. In deze korte periode moet de pup zo veel mogelijk (positieve) contacten hebben met mensen, dieren en dingen. Groeit de pup geisoleerd op (bijv. In een schuur op een afgelegen boederij) dan groeit deze pup op tot een CONTACT ARME hond, die ALTIJD, de rest van zijn leven bang zal zijn voor mensen en dieren. Dit gedrag is NOOIT MEER helemaal te corrigeren. Deze contacxt arme honden zullen uit angst snel bijten en worden vaak angstbijters.

4de SOCIALIESERINGSFASE
* 8ste t/m 12de week. De pup gaat mee naar zijn nieuwe thuis. Wen de pup geleidelijk in deze periode aan bijv. Auto’s, bussen, trams, treinen, winkelcentra, etc. Mocht hij schrikken, spreek hem dan nooit troostend toe (=beloning) voor het schrikgedrag (de pup zal een volgende keer harder schrikken) maar praat rustig en zelfverzekerd met de pup. Wees consequent in uw opvoeding ( mag eens, mag altijd; wat niet mag, mag nooit). Beloon en straf de pup op het juiste moment (dus niet te vroeg en niet te laat.).

5de RANGORDEFASE
* 4de t/m de 5de maand. Deze fase is vooral van belang bij de in het wild levende hondachtigen. Broers en zusters uit hetzelfde nest bepalen nu onderling hun rangorde. Deze fase gaat over in de:

6de ROEDELORDE FASE
* Waar de jonge honden geplaatst worden binnen de gehele roedel. Zij mogen nu meedoen aan de jacht en zijn volwaardige roedelgenoten. Alles wordt samen gedaan, want samen ben je sterk.

7de PUBERTEIT
* Ca. 7 maanden. De hond zal zich gaan verzetten tegen de baas, hij is ongehoorzaam. Ze zijn oost Indisch doof en dagen de baas uit. De hond probeert duidelijk zelf de baas te worden. Blijf consequent!!! Als de hond een oefening niet wil doen, dan helpt u hem daarbij en beloont u hem als hij het goed doet. Wordt nooit boos, uw hond moet dit proberen, hij kan niet anders! Met vriendelijk en consequent handelen helpt u de hond door deze, voor hem moeilijke, periode heen en zal de hond u aan het einde van deze periode nog steeds als ALFA beschouwen.

AANDACHTSPUNTEN
0-3 weken: Pups moeten GEUR van honden (moeder en nestgenoten) en MENSEN kunnen waarnemen. De pups moeten dus regelmatig in handen worden genomen door verschillende mensen.

3-4 weken: Pups moeten HONDEN EN MENSEN KUNNEN WAARNEMEN met hun OREN, HUN NEUS, hun OGEN EN HUN TASTZINTUIGEN. Bovendien moeten ze de gelegenheid krijgen hun eerste SPELLETJES ZOWEL OP MENS ALS OP HONDEN TE RICHTEN. Kortom: deze week is ZEER ARBEIDSINTENSIEF, want men moet met ELKE PUP INDIVIDUEEL BEZIGHOUDEN.

 

4-8 weken: Pups moeten VOLOP GELEGENHEID krijgen hun DIRECTE OMGEVING TE ONDERZOEKEN en deze omgeving MOET RIJK ZIJN AAN PRIKKELS; dus niet een kaal hok of een betegelde plaats, maar een goed beplante tuin en een gemeubileerde huiskamer. Bovendien moeten de pups ZOWEL MET MENSEN ALS MET HONDEN (MET NAME PUPS SPELEN).

8-12 weken: Pups moeten de gelegenheid krijgen ALLES TE ONTDEKKEN, WAT ZE IN HUN VERDERE LEVEN ZULLEN TEGENKOMEN, zodat ze leren omgaan met de “wereld”. De opvoeding moet ter hand genomen worden; de pup MOET LEREN WAT “JA” EN WAT “NEE” is, dus de communicatie in de samenleving van mensen. De pup moet in de gelegenheid worden gesteld VEEL MENSEN EN (VOLWASSEN) HONDEN TE ONTMOETEN, zodat zijn sociaal gedrag en communicatie maximaal ontwikkeld wordt. VOLWASSEN HONDEN ZULLEN DE PUP LEREN DOE DE “HONDENTAAL” IN ELKAAR ZIT.

12-16 weken: De pup moet duidelijk gemaakt worden, WELKE PLAATS HIJ INNEEMT IN DE ROEDEL EN DE WETTEN EN LEEFREGELS (GEHOORZAAMHEID) MOETEN HEM BIJGEBRACHT WORDEN.

16 weken en verder: ZIJN OPVOEDING MOET WORDEN VOLTOOID.

Het op de wereld zetten van een nest hondjes is niet zo moeilijk, maar er voor zorgen, dat deze hondjes worden , die zich weten te gedragen naar mensen en honden toe, is een heel ander punt.

Dat kost erg veel moeite en tijd!

Massa-productie kan NOOIT bevorderlijk zijn voor een goed gedrag!

Kort overzicht van de ontwikkelingsfase:

NEONATALE FASE
0 tot 3 weken 
- doof, blind maar wel tast (warmte), reuk.
Dus eerste inprenting: wie zijn, zijn soortgenoten?
- slapen, drinken, urine en ontlasting lozen na massage van moedertong.
- piepen
- tepelrangorde
- moeten mens en hond ruiken en voelen!

OVERGANGS FASE
3 tot 4 weken 
- horen en zien.
Dus : vervolg inprentingsase: wie zijn, zijn soortgenoten? Eerste spelbeweging, gericht op soortgenoten,
- ontwikkeling aanleg onderwerping en vlucht
- eerste vaste voedsel

SOCIALISATIE PERIODE verdeeld in
inprentingsfase
4 tot 8 weken
- oefening volwassen bewegingspatroon,
- afnamen nestbinding en moederbinding,
- toename vluchtdrang,
- nieuwschierigheid naar directe omgeving,
- tweede deel INPRENTING: hoe ga je met soortgenoten om?
- 7 weken: vluchtdrang en nestbinding in evenwicht; pup kan nu naar nieuwe eigenaar en toekomstige leefomgeving.

Echte socialiserings fase
8 tot 12 weken
- onderzoeksdrang op OMGEVING gericht
- oefening met prooi,
- oudere dieren nog tolerant
- pup leert zeer snel en moet nu kennis maken met wijde omgeving,
- leert de taal “JA” en “NEE”.

JUVENIELE FASE
12 tot 16 weken
- wordt opgenomen in de roedel en verlaat hol,
- leert WETTEN EN LEEFREGELS,
- Leert plaats in RANGORDE,
Dus: begin gehoorzaamheidstraining!

Samenwerkingsfase
- leerperiode van volwassen gedrag en werk (jacht),
- voorzetting van gehoorzaamheidstraining.

VOLWASSEN FASE
vanaf sexuele rijpheid.
- functioneert volledig mee in de roedel,
- kan nu OPGELEID worden voor WERK en dit uitvoeren (bewaking, blinde geleidenhond, douane-hond)

WAT KUNT U, BEHALVE DE OEFEINGEN VAN DE PUPPY-CURSUS, NOG MEER LEREN AAN UW PUP!
Neem hem mee naar een druk winkelcentrum of naar de markt. Laat hem rustig op zijn gatje zitten en rondkijken en laat ook iedereen die dat wil hem knuffelen. U veroorzaakt vermoedelijk een complete volksoploop met uw bolletje wol, maar uw pup leert dat mensen in principe vriendelijke wezens zijn.
Schrikt u pup dan mag u hem nooit troostend toespreken. U beloont dan het schrikgedrag met als gevolg dat de hond steeds sneller en erger ergens van schrikt.
Spreek de pup bemoedigend toe en laat hem duidelijk merken dat er helemaal niets aande hand is. Als u op deze manier handelt, zal de hond straks ook niet schrikken van onweer of vuurwerk.
Laat de pup (op een veilige plaats) LOS LOPEN, bijv. In een park waar geen verkeer kan komen. Een pup loopt nooit bij zijn alfa weg!
Roep uw pup niet iedere 2 minuten bij u, want dan wordt hij er immuun voor en komt hij uiteindelijk helemaal niet meer. Zorg ervoor dat u ALTIJD wat lekkers in uw zak heeft en roep hem zo AF EN TOE eens bij u (bijvoorbeeld als hij net toevallig in uw richting loopt). U prijst hem nu regelrecht de hemel in en geeft hem een snoepje, vervolgens zegt u: “puppie, vrij” en de pup mag weer gaan spelen. Lijnt uw pup niet steeds op dezelfde plaats in het park aan. Hij zal heel snel door hebben dat hij bij die boom de pret uit is en dan niet bij u willen komen. Graai nooit snel naar uw pup, hij schrikt zich daar een ongeluk van en zaal weglopen. GA nooit achter uw pup aanrennen, hij is veel sneller dan u en hij vindt het een heerlijk spelletje!

Wordt nooit boos op uw pupje als hij niet meteen komt (zelfs al staat u een half uur te roepen). Als u de hond slaat of op een andere manier straft, dan zal de hond het bij u komen als vervelend gaan zien en dus helemaal niet meer komen (en geef hem eens ongelijk). Daarom: het bij u komen moet voor de hond een groot feest zijn, hij zal dan steeds sneller bij u gaan komen. Verwacht niet van een pup dat hij bij u komt als hij net lekker met een andere hond aan het ravotten is, hij hoort u waarschijnlijk niet eens, zo gaat hij in zijn spel op. Wees niet bang voor volwassen honden. Een normale volwassen hond zal uw pup niets doen (vele negeren een pup).

DE HONDENTRAINING
De kunst van hondentraining is oefenen (gewoontevorming) en niet overhoren.

Bij dit oefenen moet steeds nagestreefd worden naar het maximum dat een hond beheerst. Dat het aftasten van de mogelijkheden tot die grens moeilijk is zijn wij ons bewust. Maar, en dat kan niet genoeg worden gezegd: onprettige dingen zullen nooit een gewoonte worden PRETTIGE ervaringen daarentegen worden onthouden en steeds weer opgezocht. Bedenk daarbij dat je zwemmen leert in het ondiepen....! Wees dus geduldig en begin altijd eenvoudig.

DE PUPPYTRAINING
Honden kunnen hier vanaf 12 weken aan deelnemen, op deze leeftijd begint de rangorde fase (zie ontwikkelingsfase overzicht). De inhoud van deze cursus bestaat uit:
A Gedragsleer over de hond (theorie);
B Basis appeloefeningen: Volg, zit, af , blijf;
C Hondgewenningsoefeingen: alles wat gericht is op de verdraagzaamheid van honden onderling;
D Mensgewenningsoefeningen: hiertoe behoren de oefeningen, die gericht zijn op de verdraagzaamheid van de hond tegenover vreemde mensen zoals,
- betasten door vreemde
- rond de hond lopen
- over de hond heen stappen, enz.

DE DOELSTELLING VOOR DEZE GROEP ZIJN DE VOLGENDE
- Het voorkomen van verkeerde gewoonten, door de baas duidelijk te maken waarmee hij bezig is.
Het aanleren van verkeerde gewoonten gaat net zo makkelijk als het aanleren van goede gewoonten, maar het afleren van verkeerde gewoonten, en daar goede gewoonte voor in de plaats stellen, kost beduidend meer moeite.
- Spelenderwijs bevestigen van het LEIDERSCHAP een baas tegenover de pup.
- Het ontwikkelen van normaal gedrag van de pup tegenover mensen en honden.
- Het opbouwen en bevorderen van het contact tussen baas en hond, omdat dit de basis vormt voor de latere training.

REGELS VAN HUISHOUDELIJKE AARD
- Geef uw pup vlak voordat u naar de puppycursus gaat geen eten, u gaat ook niet met een volle maag trimmen (NB. Ook niet als u met uw pup naar het park gaat).
- Laat uw pup van te voren goed uit, maar zorg er wel voor dat hij niet zo bekaf is dat hij geen poot meer wil verzetten.
- Gebeurt er toch een ongelukje (veel pups zijn nog erg jong) dan zijn er attributen aanwezig waarmee u het op kunt ruimen.
- Bent u een keer verhinderd om te komen, laat het ons dan weten! Wij doen dat ook op onze beurt.
- Zorg ervoor dat u steeds op tijd bent. U pup heeft het speelkwartiertje echt nodig.
- Heeft u een bepaalde handicap, geneert u zich niet, maar zeg het even tegen uw instructeur/trice. U bent echt de enige niet en wij kunnen daar rekening mee houden.
- Mocht u klachten hebben, vertel ze ons, zodat wij kunnen kijken of we er iets aan kunnen doen.

DE UITRUSTING VAN UW HOND
Uw hond heeft tijdens de les een gewone leren halsband om (zgn prikbanden zijn bij ons verboden) met daaraan een lange leren riem met een goede festonhaak eraan. Liever geen metalen riem, want daar kunt u uw handen goed aan bezeren en u kunt er geen bundeltje van maken.
DE UITRUSTING VAN DE BAAS/BAZIN
Allereerst: makkelijk lopende schoenen (u moet nl. Vlot achteruit kunnen lopen en ook af en toe in een drafje). Schoenen met hoge hakken of klompen zijn verboden (voor uw eigen bestwil, want u breekt uw nek erover of gaat de pup op zijn pootjes staan). Verder geen lange jassen of hele wijde rokken of lange dassen, want dat wappert in het gezichtje van de pup, die dan voor geen prijs meer naast u wil lopen (en geef hem eens ongelijk!). Zorg voor kleding waar een aantal makkelijk te bereiken zakken in zitten (voor de inhoud van die zakken zie verder).

OVERIGE ATTRIBUTEN
U gaat nu uitproberen wat uw pup een verschrikkelijk lekker SNOEPJE vindt. Bij veel honden is dat een stukje kaas. Neem een voorraadje snoepjes mee in uw zak, ze zullen tijdens de cursus een heel belangrijk hulpmiddel zijn bij het aanleren van diverse oefeningen.

Let er wel op dat de grootte van de snoepjes is afgestemd op het formaat van uw pup, dus geen hele hompen kaas voor een klein pupje!

Maak een speeltje voor uw pup, bijv. Een lap met een knoop er in, een oude sok met een bal erin of een ud pluchebeest, als de pup het maar verschrikkelijk interessant vindt!

De pup mag nooit alleen met dit speciale speeltje spelen. U gebruikt het alleen als u met uw pup aan het oefenen bent, of wanneer u samen met de pup aan het spelen bent. Het is de bedoeling dat de pup het speeltje gaat associëren met “leuk iets samen doen met de baas”. Dit speeltje neemt u ook mee naar de puppycursus.

Het laatste wat u in uw zakken moet stoppen is zeven kilo “braaf”. Het neemt geen plaats in, het weegt niets en deelt zo makkelijk uit!!

WAT NA DE PUPPYCURSUS
In ieder geval de cursus elementaire gehoorzaamheid. U kunt deze vergelijken met de lagere school. Het lesprogramma is wat uitgebreider dan de puppycursus en er wordt wat strenger getraind (de pups zijn inmiddels in de lastige pubberteitsfase!!) en de oefeningen moeten zonder snoep uitgevoerd kunnen worden.